Geschreven door: Kamil
Er wordt van me verwacht dat ik alles weet. Ik ben queer en zo zie ik er ook uit, voor zover je er queer uit kan zien. Mijn gender zorgt met enige regelmaat voor verwarring. De een ziet me als vrouw en de ander als man. Een psycholoog heeft me ooit gevraagd:”Sorry, dat ik het vraag, maar ben je man of vrouw, want je gezicht zegt vrouw, maar je stem man?” Ik ben een beetje van beide en een beetje allebei niet. Ik denk dat het label genderfluïde me het beste beschrijft als ik er toch een moet kiezen.
Er wordt van me verwacht dat ik alles weet over mezelf. Er wordt van me verwacht dat ik alles weet over queer zijn. Er wordt van me verwacht dat ik alles weet over voornaamwoorden, genderzorg, seksualiteit, labels, hokjes. Er wordt van me verwacht dat ik over alles een mening heb. Dat ik een mening heb over het gebruiken van die/diens en hen/hun voornaamwoorden. Dat ik een mening heb over hokjes, zoals demiseksueel, en genderqueer. Er wordt van me verwacht dat ik activist ben, dat ik snel op mijn teentjes getrapt ben, dat ik vecht voor betere behandeling en betere rechten voor lhbti+ mensen. Er wordt van me verwacht dat ik een weg baan voor anderen, dat ik inga tegen discriminatie. Het is niet dat ik dat niet doe, maar waarom is het mijn verantwoordelijkheid? Waarom is het mijn verantwoordelijkheid om kennis te hebben over alles lhbt+ en alles queer? De verwachting is dat je het mij wel kan vragen.
Maar ik ben, als ik eerlijk ben, een matige activist en een slechte bron van informatie. Ik heb vrienden die naar protesten gaan. Die elke mogelijkheid aangrijpen om uitleg te geven over queerness en niet over zich heen laten lopen. Vrienden die regenboogvlaggen uitlenen en ze over hun schouders spannen als cape. Ik heb zelf geen enkele regenboogvlag. Ik heb geen pride- of pronounpins. Ik ben in mijn leven —en zeven jaar uit de kast als queerzijnde— twee keer naar pride geweest en ik weet niet of ik nog een keer ga.
Ik voel me tijdens pride bekeken, een spektakel, een soort dierentuin dier. De zichtbaarheid van pride is de bedoeling. Pride zegt: “Hier zijn we, we blijven en verdienen ruimte om te bestaan.” Maar ik ben zelf het liefst onzichtbaar. Ik verdwijn het liefst in het normaal. Het liefst krijg ik geen vragen over mijn gender. Het liefst ben ik saai, niets om naar om te kijken. Dat is niet de realiteit waar ik in leef. Ik word nagekeken op straat. Ik word met enige regelmaat nageroepen en ben ook weleens uitgescholden. Dat hoort er een soort van bij ofzo, bij anders zijn. Maar waar vrienden van me diezelfde ervaringen gebruiken om tegen die discriminatie in te gaan, loop ik vooral snel door.
Er zijn botsende verwachtingen. De mensen die me uitschelden verwachten een makkelijk doelwit, iemand die gay is en dus zwak. Mijn vrienden verwachten dat ik terug duw, dat ik net als zij niet over me heen laat lopen. Mijn docenten verwachten dat ik kunst maak van en over mijn ervaringen als queer mens. Ik studeer autonome beeldende kunst en een van mijn docenten heeft bedacht dat al mijn kunst over gender gaat. Genderongelijkheid, androgyn zijn, man-vrouw verschillen, bedenk het maar. Hij vraagt me waar een kunstwerk over gaat en stuurt mijn antwoord waar hij heen wil. Hij geeft me leestips, boeken over queer kunstenaars en essays over gender. Misschien ben ik een pessimist en ligt het aan mij. Het is ergens ook wel aardig. Alleen, ik maak ook kunst over andere onderwerpen. Ik maak ook kunst, gewoon om een nieuw materiaal te proberen. Ik maak ook kunst die helemaal niks betekend en kunst die niets te maken heeft met mijn queer-zijn. Maar dat krijgt geen ruimte.
Een andere docent zei ooit tegen me dat ze al die labels niet zag als ze naar mij en mijn vrienden keek. Ze zag mij niet als trans en mijn vrienden niet als autist en zwart meisje. Ze zag ons als mens. Ben ik dan geen mens met het label trans? Zij kon mij alleen als mens zien als ze mijn queerness eerst voorzichtig van me afsneed. Ik ben of queer, of mens, beide kan niet.
Ik moet keuzes maken. Ben ik een man of een vrouw? Ben ik mens of queer? En als ik dan geen keus maak, dan zal ik wel heel goed weten waarom. Mijn vaders eerste vraag nadat ik uit de kast kwam was hoe ik het wist, dat ik trans was. Ik heb hem gevraagd hoe hij wist dat hij man was. Daar had hij geen antwoord op. Maar in zeven jaar is hem die vraag nooit weer gesteld en ik ben de tel kwijt. Ik heb geen idee hoe het voelt om man of vrouw te zijn. Ik ben altijd mezelf geweest met mijn gender zoals het is, een beetje niks en een beetje alles. Hoe beschrijf je dat? Hoe beschrijf ik wat gender voor mij is als het geen betekenis voor me heeft?
En toch word ik verwacht antwoorden te hebben en daarbij antwoorden die behapbaar, begrijpelijk en makkelijk zijn. Ik word verwacht precies te weten wie ik ben en dat dat altijd hetzelfde blijft.
Het liefst weet ik het even niet. Het liefst krijg ik even geen verwachtingen over me heen gestort. Ik kan ze toch niet bereiken. Ik weet niet alles over queer zijn en lhbti+ zijn. Ik ben niet elke dag een activist. Ik wil niet elke dag ruimte geven aan andermans verwarring over mijn gender. Ik wil ook gewoon mens zijn met mijn labels, met mijn queer zijn.